| |
TER HERINNERING AAN
MIJN OPA, AALDERT PASTOOR 1905-1951

Een monumentje, opgericht door Albert
Metselaar
Aaldert Pastoor, veenarbeider, landarbeider,
landbouwer en veehouder, in een huur-boerderijtje op de Beukerswijk,
geboren 7-10-1905.
Herinneringen aan een verloren grootvader, die bijna lijfelijk deel
uitmaakte van de wereld van mijn jeugd, al was ie ook 8 jaar voor
mijn geboorte overleden. Opgegroeid in Nieuwlande. Aaldert kon goed
leren. Toen hij van de lagere school af was, kwam de hoofdmeester
bij zijn ouders thuis. Aaldert moest ook maar meester worden. En als
ze dat niet konden betalen, zou de meester de hele opleiding wel
voorschieten, kon ie later toch gemakkelijk terugbetalen. Maar
Aaldert mocht niet leren van zijn ouders, want: “wij bint maor
arbeiders”. Als jongeman sliep hij in dezelfde bedstee als zijn
broer Lute. Samen zakten ze ooit door de beddeplanken, toen ze
groter werden, en Lute bleef gewoon slapen, bovenop de aardappels.
Een andere keer kwam vader Johannes hem op een zondagmorgen op tijd
wekken. “Waar is Lute?” Ze waren samen uit geweest en Lute was niet
thuis gekomen. Aaldert herinnerde zich Lute gezien te hebben bij
Geert Raak in de buurt. Aaldert ging op stap, en vond zijn broer
Lute slapend op de rails van de tram, achter de woning van Geert
Raak. “Wakker worden Lute, je moet naar bed”. Lute: “Maar ik lig
toch op bed, ik wil nog wat blijven slapen!” Zijn broer Lute stierf
na een flinke trap van een paard. Een bedrijfsongeval, zoals toen
bij de landarbeiders wel meer gebeurde. Aaldert werkte
oorspronkelijk voor landbouwer Jan van der Helm te Nieuwlande, en
woonde toen ook in een van diens panden. Als er onder de arbeiders
over te weinig loon gepraat werd, riep Van der Helm’s vrouw altijd
ten haar man: Doe die maor weg, dat is een communist! Aaldert wist
zich in dit soort situaties steeds overeind te houden, door te
proberen zo min mogelijk op te vallen. Zo heeft hij eigenlijk
voortdurend geleefd, zo krijg in de indruk van alles van wat er van
hem verteld werd. Niet opvallen, niet weerstand oproepen, en
tegelijkertijd jezelf geestelijk ontwikkelen. Zijn goeie verstand
gebruikte hij om na te denken over de dingen des levens, en de
ontwikkeling van zijn geloofsleven. Geschiedenis, cultuur, feiten
der natuur, godsdienst, het interesseerde hem allemaal, en hij was
een diepgraver. Hij ging uiteindelijk toch in alle stilte zijn eigen
weg, ook op geloofsgebied, als een van de broeders van de
Vergadering van Gelovigen. Maar ook daar bleef hij op de
achtergrond. Ik kan nog veel meer van hem vertellen. Maar ik heb hem
nooit gekend. En toch weer wel. Hoe vaak werd me niet verteld, dat
men mijn opa in mij herkende, Aaldert Pastoor? Hoe vaak werd niet
gezegd: Als je opa nog leefde, die had met jou kunnen praten over
dat soort dingen, want dat deed hij zo graag. Maar hij was al weg,
voor ik er was. Zoveel waarin we op elkaar moeten lijken, en soms
ook weer niet. Want over de angst om op te vallen ben ik heen. Hij
is overleden op 13-3-1951 te Groningen (academisch ziekenhuis). Na
een langdurige periode van veel braken en proberen te leren leven
met een vernauwde maagingang, werd hij daar in het ziekenhuis
geopereerd en werd de maagingang verwijd. Er ontstonden
complicaties. Aaldert kreeg maagcatar. Hij stierf ten gevolge van
een longontsteking. Begraven 17-3-1951 en herbegraven 31-5-1994.
|