|
12 OKTOBER 1961 DE
VERKOOP VAN DE BOERDERIJEN
Al vanaf de stichting van het Landbouwschap waren er protesten in het
hele land. Demonstraties zoals die tractoren en blokkades e.d. werden
gehouden kwamen in de jaren vijftig nog vrijwel niet voor. De meeste boeren
waren gezagsgetrouwe mensen die nauwelijks in staat waren hun bedrijven
alleen te laten om ergens ver weg iets op touw te zetten. Toch gebeurde
het. De door Hendrik Koekoek opgerichte BVL organiseerde de demonstraties
die vooral plaatsvonden als het Landbouwschap overging tot verkoop van
goederen van boeren die weigerden de heffingen van het Landbouwschap te
betalen. In september 1961 werd in de buurt van Bennekom een stuk land
van Hendrik Koekoek gerechtelijk verkocht. Boeren uit het hele land waren
bij die verkoop aanwezig en voerden actie daartegen. Ze kregen veel publiciteit
omdat ze wegen blokkeerden waarlangs Koningin Juliana die dag zou rijden,
op weg naar een militaire oefening. Met auto's en tractoren werden de
wegen dichtgezet. De Rijkspolitie zette de karabijnbrigade in en pantservoertuigen
en wist de wegen vrij te maken. De verkoop van de grond ging door. Op
12 oktober 1961 zou, om tien uur 's ochtends, in het Asser Paleis van
Justitie de verkoop van zeven zogenaamde vrije boerderijen beginnen. De
eigenaars van de bedrijven hadden allen geweigerd de heffingen van het
Landbouwschap te betalen. Er was bekend gemaakt dat ook in Assen vrije
boeren massaal zouden demonstreren zoals dat ook in Bennekom en bij andere
openbare verkopingen was gebeurd.
Journalist J. Büttinghausen en fotograaf
Ronald Sweering beschreven in het weekblad WERELD KRONIEK uitgebreid wat
er die dag in Drenthe gebeurde.Onderweg naar Assen bleek al dat er iets
broeide, zo schreven ze. Nog voor Zwolle waren op alle belangrijke kruisingen
politiemannen opgesteld. De journalisten vermoedden dat die daar stonden
om zo nodig grote groepen boeren tegen te houden of te verspreiden. Ze
passeren auto's van film-, TV-, radio-en krantenmensen. Allen zijn blijkbaar
op jacht naar groot nieuws. In een wijde boog rond het Paleis van Justitie
in Assen waren de toegangswegen afgezet. Voor het gebouw zelf waren tal
van politiemensen geposteerd. Vrije boeren komen ze er praktisch niet
tegen.
Ze constateren weinig ophef hoewel er geruchten de ronde doen dat er bussen
met betogers door de politie zijn teruggestuurd. Wereld Kroniek beschrijft
de verdere gang van zaken als volgt:
Kort voor de rechtszitting
begon, arriveerde de heer Koekoek.Een man met pientere ogen in een typisch
Hollands gezicht, maar in tegenstelling tot zijn volgelingen nogal steeds
gekleed in een blauwe blazer en grijze zomerbroek. Er vormde zich onmiddellijk
een kring om hem heen en journalisten begonnen vragen te stellen. "Waarom
willen die zeven boeren hun bijdrage aan het Landbouwschap niet betalen
?"
"Omdat", aldus de heer Koekoek, " het Landbouwschap een dictatoriaal instituut
is. Een soort erfenis van de bezetting. Wij worden gedwongen lid te worden
en te betalen. Maar wij willen zelf uitmaken waarvan wij lid willen worden
en waarvan niet. Als we ons bij deze dwangmaatregel neerleggen, is het
einde zoek. In principe kan men dan de Nederlanders in de toekomst bijvoorbeeld
gaan dwingen, lid van een bepaalde politieke partij te worden en ons tenslotte
misschien zelfs dwingen onze godsdienst op te geven. En het is tegen deze
ontwikkeling, in de richting van de dictatuur, dat wij ons verzetten!"
"Dus het gaat niet om de grootte van het bedrag, dat men aan het Landbouwschap
moet afstaan ?"
"Nee,het geld speelt in deze zaak geen enkele rol."
"Maar het Landbouwschap heeft toch tot doel, regelend in de landbouw op
te treden, ziekten onder de gewassen te bestrijden, de ruilverkaveling
te bevorderen en de regering ten aanzien van de subsidiepolitiek te adviseren
? En de vrije boeren profiteren toch ook van die landbouwsubsidies ?"
Deze laatste opmerking doet een storm van protest onder de tot dusverre
rustig luisterende boeren opgaan. Er klinken allerlei opmerkingen door
elkaar, die erop neerkomen, dat de boeren veel meer aan heffingen zouden
betalen dan zij aan subsidies zouden terugkrijgen. Maar juist als verslaggevers
ijverig de prijzen voor "Blauwe melk" en dergelijke willen gaan noteren,
zwaait de deur van het gerechtsgebouw open en een stroom van mensen begint
zich naar binnen te dringen. Journalisten, boeren en andere belangstellenden.
Fotografen en filmers worden echter tegengehouden, want al betreft het
hier een civiele zaak, foto's en films mogen er in een gerechtsgebouw
niet worden gemaakt. Even later mogen we de zaal in. Enkele boeren doen
in de hal netjes de klompen uit en lopen op kousenvoeten naar binnen,
waar zij zich rustig achter een balustrade opstellen. Een stuk of dertig
zijn er, merendeels forse kerels met verweerde, vaak koppige gezichten,
die men waar ook ter wereld als Nederlanders zou herkennen. De president,
een kleine man in toga met een wijs gezicht, donkere, oplettende ogen
en een zachte stem, opent de zitting. De procureur van het Landbouwschap,
mr. C. H. Stadig, krijgt het woord. Hij kondigt aan dat de boerderij van
Klaas Hartman uit Hollandscheveld verkocht zal worden en dat de inzet
van het Landbouwschap 17.000,-- bedraagt. De president vraagt, of boer
Hartman zelf aanwezig is, maar die heeft verstek laten gaan....."
Klaas Hartman in 1963
De
zachte stem van de president kabbelt voort: "... aangezien de wettelijke
formaliteiten niet in acht zijn genomen, wordt dus besloten tot executore
verkoop". de procedure wordt snel en zonder enige omslag verder afgewikkeld.
De griffier leest de veilbrief voor. Achter elkaar worden de verschillende
percelen opgesomd: een weiland, groot 25 are en 80 centiare, een bospad,
2 are en 10 ca, bouwland 49 are en 9 ca, een weiland..." Op onbewogen
toon worden verdere mededelingen gedaan. "... de voormelde onroerende
goederen worden voetstoots verkocht... de inzet is 17.000,--. Er kan worden
geboden met bedragen van 500 gulden.Daarna zal er worden afgeslagen en
wel vanaf het bedrag van 26.310,--. dat door de Grondkamer als maximumgrondprijs
is vastgesteld... de eerste afslag zal 810 gulden bedragen, daarna volgt
er telkens een afslag met 250 gulden tot 18.000,--, en vervolgens wordt
er afgeslagen met 100 gulden... slechts de procureurs, die hun functie
uitoefenen in het arrondissement, en notarissen kunnen bieden..." De deurwaarder
komt naar voren. De verkoop kan beginnen. De spanning in de zaal is opeens
gestegen. Wat gaat er nu gebeuren ?
Zal er geboden worden ? Maar welke boer zou ooit op zo'n boerderij durven
gaan zitten ? Het leven zou hem door alle andere boeren om hem heen onmogelijk
worden gemaakt. Hij zou geboycot en "doodverklaard" worden. Hadden wij
immers al niet op straat gehoord dat de door de vrije boeren zo gewraakte
voorzitter van het Landbouwschap, de heer Bieuwenga, onder politiebescherming
naar de kerk was gegaan... Wat zou dan wel iemand te wachten staan, die
als "onderkruiper" tegen weinig geld een bedrijf van een vrije boer in
handen zou trachten te krijgen...
Onze overpeinzing werd afgebroken door de stem van de deurwaarder: " De
inzet is 17.000,--.
Wie biedt er meer ?"
Doodse stilte. Niemand in de zaal beweegt, maar de ogen van de boeren
achter het hek gaan spiedend en oplettend rond. Geen hand wordt opgestoken,
zelfs niet aarzelend. Niemand heeft geboden. Dan volgt nu dus de afslag,
te beginnen met 26.310,-- ... 25.500,--.... 25.250,--....., 25.000,--..."
Het blijft doodstil in de zaal. De deurwaarder mijnt zó snel af, dat hij
in de war komt met de getallen. De president corrigeert hem. "Bij 18.000,--moet
u honderd gulden naar beneden, dus 17.900,--, 17.800,--, enz." De deurwaarder
krijgt een kleur, knikt schuldbewust en gaat verder. Drie seconden later
is hij weer op 17.000,--, de inzet, beland. Niemand heeft geboden. De
vrije boeren krijgen dus gelijk. Geen mens wil of durft te bieden!
Er volgen nog een paar formele mededelingen, dan komt de volgende zaak.
De verkoop van de boerderij van Benjamin Nijmeijer, eveneens uit Hollandscheveld.
Nijmeijer is wél verschenen. Als hij voor het hekje staat, vraagt de president
hem nadrukkelijk: "Bent u vóór de veiling nog genegen om te betalen ?"
" Nee, meneer." De woorden komen er zonder aarzeling uit, hoewel deze
boer weet, dat hij zich door die twee kleine simpele woordjes misschien
nooit meer eigenaar van het bedrijf zal kunnen noemen, dat wellicht al
generaties lang van vader op zoon is overgegaan. Het is zonder twijfel
een zware beslissing. Maar het is óók een keiharde strijd, die hier wordt
gevoerd. Een strijd, waarin van hen, die meedoen, grote offers worden
verlangd. De president kijkt peinzend naar de boer, alsof hij hoopt dat
deze zich nog zal bedenken. Maar het blijft stil. Doodstil.
"Dan heeft de Staat het woord", gaat de zachte stem verder.
Wéér komt de procureur van het Landbouwschap naar voren, wéér worden de
veilcondities
voorgelezen, wéér ratelt de deurwaarder zijn rijtje af. En wéér wordt
er geen enkele maal geboden. Ook bij de afslag verroert niemand zich.
Deze zaak is nog sneller afgehandeld dan de eerste. Nu komt boerderij
numero drie aan de beurt. De eigenaar is een zeker twee meter lange, magere
boer met rood haar. Als hij binnenkomt, tikt hij bij wijze van groet aan
zijn medestanders 'n beetje branieachtig aan een denkbeeldige pet." U
bent Daniël van der Sleen uit Hollandscheveld ?"
"Jawel."
"Wilt u nog betalen ?"
"Ik denk er niet aan!" De stem van deze boer klinkt zo luid, dat de zaal
met soezende mensen
opeens wakker wordt. Maar hoewel iedereen rechtop is gaan zitten, gebeurt
er ook nu niets.
Deze zaak wordt eveneens in ijltempo afgehandeld. En opnieuw is er geen
mens, die biedt.
De drie boerderijen komen dus formeel in bezit van het Landbouwschap,
maar wat er verder
gaat gebeuren is niemand recht duidelijk. Bovendien is het vonnis nog
niet definitief. Pas over
enkele weken of een maand volgt de eigenlijke uitspraak. Als boer Berend
Martens uit Elim,
gemeente Hoogeveen, voor het hekje staat en eveneens meedeelt, dat hij
niet wil betalen, trekt de president verbaasd de wenkbrauwen op. "Maar
er zou toch een zekere mijnheer Otten
uit Nieuweroord met het verschuldigde geld voor de overige vier boerderijen
zijn gekomen ?"
vraagt hij.
Er ontspint zich een verward gesprek. Boer Martens zegt, dat hij heeft
gehoord, dat er in Hoogeveen een actiecomité van andere vrije boeren is
gesticht, dat bij wijze van demonstratie
de verkoop van de eerste drie boerderijen wilde laten doorgaan, maar voor
de overige vier boeren het aan het Landbouwschap verschuldigde bedrag
wilde betalen. "Maar wat zij precies willen doen, weten wij niet," zegt
Martens. De president kijkt bedrukt. "Deurwaarder, wilt u buiten 's gaan
kijken, of die mijnheer Otten er misschien is. Hij heeft gebeld, dat hij
onderweg was, om te betalen voor de rest. Wij willen de zitting nu schorsen,
omdat wij niemand de gelegenheid willen ontnemen om te betalen..."
Iedereen schuifelt de zaal uit. Er klinken vragen, flarden van gesprekken.
"Otten is iemand van de CBTB, de Christelijke Boeren- en Tuinders Bond.
Uit naam van een groep vrije boeren, die het niet met het beleid van Koekoek
eens is, zou hij het geld hier komen betalen. Die mensen vinden, dat niet
alle boerderijen verkocht mogen worden..."
De heer Koekoek zelf zegt van deze actie niets te weten. Buiten staan
nu een paar honderd mensen. Twee boeren heffen heel voorzichtig een paar
borden met wijdlopige leuzen omhoog. Met een blik op de politiemannen
laten zij ze haastig weer zakken. Maar fotografen en filmers zijn in actie
gekomen. Zij vragen, of de borden weer omhoog kunnen. Aarzelend komen
de leuzen nu boven de hoofden van de menigte uit. Camera's klikken en
snorren. De agenten blijven op een afstandje vriendelijk toekijken. Zij
hebben kennelijk opdracht zo soepel mogelijk op te treden.
In de hal van het gerechtsgebouw zijn nu koortsachtige onderhandelingen
aan de gang. Twee
heren van de Coöperatieve Boerenleenbank-Raiffeisenbank te Hoogeveen,
die als zakelijk
geïnteresseerden bij de verkoop van één der drie boerderijen aanwezig
waren, worden door een aantal boeren benaderd. Of zij 2000,-- bij zich
hebben ? Ja? Kunnen dan een paar van ons zich niet voor dat bedrag garant
stellen, dan kan dit aan het Landbouwschap worden afgedragen? Het gaat
allemaal heel gemakkelijk. Vier boeren -Bruinsma, de gebroeders Pekel
en Zwiep- tekenen ieder dat zij samen een bedrag van twee mille hebben
ontvangen en dat zij daar stuk voor stuk garant voor staan. Dan haasten
ze zich met het geld naar de procureur van het Landbouwschap. Intussen
wordt er in de hal driftig gedebatteerd."Het is heel goed dat er voor
die boeren wordt betaald", horen we. "Koekoek kan makkelijk kletsen.
Hij heeft voor zijn stuk grond liefst drieëntachtigduizend gulden gevangen".
"Maar daar gaat het hier niet om", zegt een boze stem. "Het gaat erom
dat het in Nederland een
rotzoodje aan het worden is."
"Hoezo ?"
"Hoezo ?! Nou, neem bijvoorbeeld 's die wet van Mansholt op de ruilverkaveling
uit '54. Toen in verband daarmee vorig jaar in december in Opsterland
moest worden gestemd, namen aan die stemming zo'n 1300 mensen deel. Van
die 1300 stemden 1100 tegen en 200 voor, maar toch werd die zaak aangenomen.
En hoe kan dat ? Omdat er 2800 stemgerechtigde mensen in het kadaster
stonden ingeschreven. Maar die 1500, die niet waren komen opdagen, waren
bijna allemaal mensen, die verhuisd, geëmigreerd, of gestorven waren,
plus nog een handjevol, dat gewoon niet kwam opdagen. En aangezien iedereen,
die niet aan zo'n stemming deelneemt, geacht wordt te hebben voorgestemd,
kon de zaak met een grote meerderheid worden aangenomen... Wat zeg je
daarvan, hè? Dode zielen te
laten stemmen ?! Een rotzoodje is 't! Zo kun je immers alles erdoor drukken,
als de kadasters maar niet goed worden bijgehouden..."
Nauwelijks heeft de spreker zijn laatste verbluffende èn onthullende volzin
eruit geworpen, of de deur van de rechtszaal zwaait weer open. Procureur
Stadig treedt naar voren. "Ten aanzien van Martens' zaak wil ik meedelen
dat de kosten zijn betaald. Ik zal zo spoedig mogelijk een rekest bij
de rechtbank indienen, deze zaak in te trekken. Dit geldt ook voor de
zaken van B. van der Weide, J. Wachtmeester en de gebroeders Redder".
De vier boeren, die net naar binnen zijn gemarcheerd, gaan weer af. De
zitting wordt gesloten. Buiten heerst verbazing en verwarring. Is er een
splitsing in de gelederen van de vrije boeren? Zijn de eerste drie boeren
de dupe geworden van Koekoeks onverbiddelijke lijn ? En zijn de andere
vier eigenlijk door de knieën gegaan, toen hun het vuur te na aan de schenen
werd gelegd ? In Hoogeveen zullen we antwoord op deze vragen kunnen krijgen,
want daar zal Koekoek zelf spreken.
Wanneer wij een half uur later het marktplein van Hoogeveen oprijden,
staat ook dáár overal politie. Er is zelfs een overvalwagen, verdekt in
een hoek opgesteld. Maar boeren zijn
er nog nauwelijks. We besluiten naar de boerderij van Klaas Hartman te
rijden, om hem te vragen, wat hij denkt te gaan doen. Als wij de weg naar
Hartmans bedrijf vragen, zegt de man die wij aangesproken hebben: "Hartman
? Da's zeker voor die zaak in Assen ? Da's toch doodzonde, nietwaar, dat
ie de boel heeft laten verkopen. 't Is een bovenstembeste kerel. We mogen
hem hier allemaal heel graag. Maar koppig, meneer... Als die eenmaal wat
in z'n hoofd heeft gezet, dan krijg je 't er nooit niet meer uit!" Over
de weg blijken we niet bij de boerderij te kunnen komen. meter over een
drassig weiland hobbelen, waarin de wielen van onze wagen net niet wegzakken.
Als we er eindelijk zijn, blijkt boer Hartman net naar de vergadering
in Hoogeveen te zijn gegaan. Alleen vrouw Hartman is thuis. De boerin
blijkt totaal niet onder de indruk. "Ach, we zullen wel kunnen blijven
zitten. Wat moet het Landbouwschap met onze boerderij doen ? Nee, ik weet
verder niets. Mijn man heeft alles geregeld..."
Tot zover het letterlijke verslag, zoals dat indertijd in Wereld Kroniek
werd afgedrukt. De verslaggever en de fotograaf zijn later ook nog aanwezig
bij de vergadering in Hoogeveen. Een protestvergadering waar het er fel
aan toegaat. Op straat wordt zelfs gevochten en de politie moet ingrijpen.
De vechters weten zelf, volgens het verslag, niet waarom ze vochten.Binnen
spreekt Harmsen, Hendrik Koekoek's "adjudant". Hij geeft fel af tegen
wetten die, zo zegt hij, nog uit de Duitse bezettingstijd stammen. Koekoek
ontkent dat zijn Vereniging voor Bedrijfsvrijheid in de Landbouw de boeren
heeft geadviseerd niet aan het Landbouwschap te betalen. "Maar wij hebben
ze wel volledig ingelicht over wat er zou kunnen gebeuren als ze weigerden
te betalen. En wat kan er gebeuren ? Wij geloven niet, dat de rechtbank
de boerderijen aan het Landbouwschap zal toewijzen. En mocht Bieuwenga
ze toch nemen, dan zullen wij als organisatie die boerderijen volledig
vergoeden. Met ons geld en dat van het Landbouwschap kunnen de eigenaars
dan elders een bedrijf beginnen. Want als pachters zullen zij onder geen
beding op hun boerderij blijven!" "Maar zover zal het niet komen. Het
Landbouwschap is absoluut niet gerechtigd, om de heffingen van de boeren
te gebruiken om boerderijen op te kopen, waar het zelf bovendien niets
mee kan doen. Daar krijgt Bieuwenga moeilijkheden mee. Dus zullen ze onze
drie mensen wel rustig moeten laten zitten. Maar die zullen ook in de
toekomst géén heffing betalen, wat tot gevolg zal hebben dat nog veel
meer andere boeren hun dappere voorbeeld zullen volgen. En we zullen het
elke keer opnieuw op een rechtszaak laten aankomen. Zo'n hele procedure
kost het Landbouwschap een half jaar of langer voorbereiding. En er is
geen mens die een geroofde boerderij wil kopen...! Dat kunnen ze volhouden.
Daarom zullen ze het er voorlopig wel bij laten. En onze mensen zullen
rustig, vrij van contributie, blijven zitten. Dat betekent dat wij vandaag
dankzij het offer van onze mensen een grote overwinning hebben behaald!
Een overwinning, die ons alleen maar sterkt in ons besluit, de strijd
tegen de dictatuur onvermoeid voort te zetten..."
Als de verslaggevers Hoogeveen verlaten, is de zon al onder. Ze vragen
zich af of dankzij een kleine, maar keiharde groep strijdvaardige boeren
vandaag ook voor het schijnbaar zo
oppermachtige Landbouwschap de zon is ondergegaan....
NAAR
DE FOTOPAGINA'S OVER DE OPSTAND DER BRAVEN
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|