Albert Jacobs Koster

Albert Jacobs Koster werd geboren in 1724 te Hoogeveen geboren, en groeide op buiten het Hollandsche Veld.
Zijn vader (Jacob Harms Koster) werd in 1741 eigenaar van grote stukken veen en ondergrond op de Schutswijk. Van een eenvoudige jongen uit Hoogeveen werd Albert op dat moment de zoon van een vervener, al was het nog één van de vele verveners die er waren in het dorp Hoogeveen.

Albert was praamschipper, en begon zelf ook te vervenen. Na de dood van zijn vader nam hij diens bezittingen over. Dat was in 1762, en op basis van deze venen en ondergronden werd hij geaccepteerd als hoofdparticipant, op de vergaderingen van de Algemene Compagnie van de 5000 Morgen.
De succesrijke vervener deed goede zaken. Hij had uiteindelijk zoveel veen en ondergrond op zijn naam staan, dat hij bij zijn dood (1787) zeker 520 morgen (hectare) aan bezittingen de zijne kon noemen.

Daarmee was hij één van de meest invloedrijkste verveners van Hoogeveen geworden. Hij had meer veen en ondergrond te Echtens-Hoogeveen dan de Heer van Echten.
Het is mede aan zijn invloed en die van zijn collega-Hollandschevelder en vervener Arent Reinders van Oosten te danken, dat de Algemene Compagnie zich voor de velden ging interesseren, en er draaivonders werden gelegd over de opgaanden.
Albert was kerspelvolmacht (de voorloper van het gemeenteraadslid) in de periode 1765-1767. In de periode 1773-1775 was hij de eerste diaken uit het Hollandsche Veld.
Ouderling was hij in de jaren 1785-1787. In de jaren 1764 t/m 1786 vinden we hem regelmatig vermeld als keurnoot, assistent van de schulte.

Albert Jacobs Koster trouwde met Trijntje Hendriks, die vroeg overleed, en nadien omstreeks 1746 met Aaltje Harms Smeding. Ze woonden aanvankelijk in het Zuidwolder Rot (o.a. 1754) en later aan het Zuideropgaande, in het huidige pand Zuideropgaande no. 51.
Dat was voor die dagen voor Hoogeveense begrip-pen een grote boerderij, van 7 gebinten met een breedte van 18 voet. Nadien verhuisden ze naar de westkant van de Boekweitensloot, in wat we nu de Wolfsbos noemen.

Dat was een deel van het Hollandsche Veld. Albert Jacobs Koster werd 4 augustus 1787 in de kerk van Hoogeveen begraven.

Reacties

Vraag / Opmerking ?