Arent Reinders van Oosten

Hij was waarschijnlijk afkomstig uit een doopsgezind geslacht, want zijn vader, Reinder Jacobs, liet zich in 1707 als volwassene in de kerk op het Hoogeveen dopen.
Dat was op 13 maart, en de 10de april 1707 trouwde Reinder te Hoogeveen met Jantien Arents. Het gezin bleef aangesloten bij de Hervormde Gemeente, toen nog Gereformeerd genoemd.

Op 31 oktober 1715 werd hun zoon Arent Tijmens op het Hoogeveen gedoopt. Dit is dezelfde die we later in de boekhoudingen van Compagnieën en kerspel vermeld vinden als Arent Reinders of Arent Reinders van Oosten. Jantien Arents was weduwe, toen ze in 1733 met haar gezin naar het Hollandscheveld trok.
Ze bouwden een boerderijtje, op de plaats waar we nu Hollandsche-veldse Opgaande no. 34 vinden. Het pand bestond uit 4 gebinten, met een breedte van 20 ½ voet.
Praamschipper Arent Reinders vinden we in 1741 voor het eerst vermeld als koper van een stuk veen, al kan hij al wel eerder veen hebben gehad, want lang niet alles is bekend uit die tijd.

Zijn bezittingen vermeerderden, en zijn bekendheid werd groter. In 1751 werd hij voor het eerst kerspelvolmacht, wat we kunnen zien als voorloper van het huidige gemeenteraadslid.
Hij trad af in 1753, en was in de periode 1757-1759 eveneens kerspelvolmacht. We vinden hem regelmatig vermeld als keurnoot, assistent van de schulte.
Op 7 maart 1758 meldde Arent zich op een vergadering van de Algemene Compagnie van de 5000 Morgen. Zijn papieren werden onderzocht, en hij bleek inderdaad meer dan 100 morgen veen en ondergrond te bezitten, zodat hij geaccepteerd werd als hoofdparticipant.

Voordien hadden de bewoners van het Hollandsche Veld nergens inbreng, in organen die zich bezig hielden met het buitengebied.
Het kerspel richtte zich op zaken in en rond het dorp Hoogeveen, de kerk had nog geen ouderling of diaken uit de velden, en de Hollandsche Compagnie was een orgaan van grootgrondbezitters,
die alleen de belangen van deze grootgrondbezitters behartigden. Nadien kwam daar verande-ring in, al ging het voorzichtig.
Doordat een veldeling zitting had in de Algemene Compagnie en de Hollandsche Compagnie, en doordat deze later nog bijgestaan werd door een tweede veldeling, Albert Jacobs Koster, werd de stem van de bevolking daar eveneens gehoord.

Dit bleef ook doorwerken toen Arent niet meer in de velden woonachtig was. Hij en zijn vrouw woonden tot in 1766 aan het huidige Hollandscheveldse Opgaande, en nadien op de zuidkant van het Haagje, wat men toen ook nog Hollandsche Veld noemde. Arent Reinders van Oosten werd 31 augustus 1792 in de kerk van Hoogeveen begraven.

Reacties

Vraag / Opmerking ?