Dokter Gerard van Swieten


Gerard van Swieten werd geboren en gedoopt op 7 mei 1700 te Leiden. Zijn vader was Thomas van Swieten, notaris te Leiden, en hield kantoor aan de Bredestraat.
Zijn moeder, Elisabeth van Loo, is gestorven toen hij nog een kleine jongen was. Zijn vader stierf in 1712.

De jonge wees kreeg een voogd toegewezen, die in enkele jaren de erfenis van de ouders liet decimeren. Ondanks het sterk verkleinen van de bezittingen van de Van Swieten's, zag Gerard toch kans om naar Leuven te gaan, om daar te gaan studeren. Pas zestien jaar oud vertrok hij uit Leiden. Hij studeerde in Leuven filosofie en staatswetenschappen.
In 1718 keerde Gerard terug naar Leiden, om daar chemie, farmacie en geneeskunde te gaan studeren. Zijn leermeester was de bekende dokter en professor Boerhave.
Gerard van Swieten wordt een van zijn beste leerlingen, en blijft ook na zijn afstuderen de colleges van Boerhave volgen.

In 1725 promoveert hij tot doctor in de geneeskunde op een proefschrift over de bouw en de functie van arteriën, bloedvaten. Op 27 september 1729 trouwt Gerard met Maria Lambertina Elisabeth Terbeek van Coesfelt, evenals hij een telg uit een oud Leids geslacht. Ze betrekken een huis aan de Steenschuur, dicht bij de leermeester.
In mei 1731, kort na de geboorte van hun eerste dochtertje, verhuizen ze naar een grote woning in de Nieuwe Steeg.
Dat jaar zijn er al banden met Wenen aantoonbaar. Als doopgetuige van het doch-tertje trad namelij op de graaf van Thun, kamerheer van Karel VI, de toenmalige keizer van Oostenrijk.
Het kind werd gedoopt in de kerk van de Franse Carmeliten aan de Haarlemmerstraat. Het gezin Van Swieten is namelijk Rooms Katholiek.

En dat is meteen ook de grote drempel voor een Nederlandse carriëre van Gerard van Swieten. Hij is de meest aangewezen persoon om Boerhave na diens dood op te volgen, maar de statuur van de Leidse universiteit verbiedt dit.
Alleen protestanten kunnen als professoren benoemd worden. Wel wordt het hem in de periode 1725-1734 vergund als privaat docent colleges te geven over onderwerpen uit de medische literatuur.
Hij is in Leiden tevens arts in een praktijk ten behoeve van Rooms Katholieke armen. Dit geeft hem de gelegenheid om het praktijkveld goed te leren kennen en nieuwe ideeën uit te werken.
In 1742 heeft Gerard naam gemaakt met zijn boek over behandelmethoden. Hij neemt tevens de taak op zich de ideeën en theorieën van Boerhave op papier uit te werken.
Dit zullen uiteindelijk vijf kloeke delen worden, waaraan hij tot zijn dood mee bezig is.

Zijn ster is zo hoog gestegen, dat er post komt uit Wenen. Hem wordt de erefunctie als lijfarts van keizerin Maria Theresia aangeboden, naast het ambt van prefect van de Hofbibliotheek.
Dit alles tegen een vorstelijk jaarsalaris van f 12.000,-. In mei 1745 vertrekken Gerard van Swieten, zijn vrouw en hun kinderen, uit de Nieuwe Steeg naar Wenen.
Gerard wordt in 1746 opgenomen in de organisatie van de medische faculteit in Wenen. In 1749 wordt hij directeur. Hij heeft daarmee grote invloed op hervormingen op medisch gebied, ook vanwege het feit dat hij colleges geeft. In 1753 wordt hij door Maria Theresia in de adelstand verheven.
Op 18 juni 1772 overlijdt Gerard van Swieten aan de gevolgen van een gezwel aan het been, te -Schönbrunn bij Wenen.

Gerard van Swieten en Hollandscheveld
We zouden in Hollandscheveld nooit van Gerard van Swieten gehoord hebben, als hij niet in 1721 de erfenis van Agata van Swieten had overgenomen.
Agata van Swieten was eerst getrouwd met Nicolaas Dedel. Na zijn dood hertrouwde ze met Adriaan Schoonhoven.
Gerard van Swieten werd in zijn eentje eigenaar van 5/6e van Schoonho-vens Compagnie. Dat was 5/6e van de 887 morgen die de compagnie bezat, als we de aandelen in de Ritmeestersvenen meerekenen, en daarmee komen we op een totaal van iets meer dan 739,166 morgen.

Dit was een gigantische hoeveelheid veen en ondergrond, en Gerard van Swieten was daarmee één van de meest invloedrijke figuren in het Hollandscheveld.
Hij kwam er echter zelden of nooit. Zijn bezittingen liet hij beheren door een rentmeester. Dat neemt niet weg dat we met Gerard van Swieten één van de beroemdste Hollandse heren in huis hebben.

In de Hoogeveense woonwijk De Weide is een Van Swietenhof, die naar hem genoemd is. Er zijn slechts twee 'Hollandschevelders' bekend die ooit op een postzegel zijn verschenen. Dat zijn de graaf van Limburg Stirum, van het Driemanschap van 1813, en 'onze' dokter Gerard.

Reacties

Vraag / Opmerking ?