(ON-)'GELUK'!
door Bertus ten Caat
Ik ben iemand die graag op vakantie is maar niet graag op vakantie gaat. En ik wil er ook niet al maanden van tevoren aan denken of over praten. Kan ik gewoon niet. Mijn gezin verwacht van mij ook geen enkel initiatief in de richting van meedenken waarheen en-zo... Gelukkig. Als in januari vrouw en kinderen al enthousiast met allerlei kleurrijke vakantiefolders in de weer zijn, vallen ze mij daar meestal ook niet mee lastig. Ik wil het toch niet weten. Ze overleggen het maar. Als het mij echt niet aanstaat zeg ik het wel.... De meeste jaren weet ik tot aan ons vertrek alleen het land van bestemming. Dit jaar -1996- is dat Engeland. Voor het tweede achtereenvolgende jaar. Vorig jaar prima beallen maar droeve omstandigheden noodzaakten ons, eerder dan was gepland terug naar huis te gaan. Vandaag, vrijdag 12 juli, gaan we weer op weg naar Engeland. Láát, want ik moet -da's elk jaar hetzelfde- nog van alles regelen en organiseren. Om 1 uur 's nachts heb ik alle rompslomp weggewerkt en mezelf een beetje opgeknapt. Vrouw en kinderen hebben de auto ingepakt, alles is klaar voor vertrek. Echt uitgerust ben ik niet maar ik ben een nachtmens. Ik ben wel wat gewend. Voor 2 uur 's nachts lig ik vrijwel nooit in m'n bed. Voorzichtig toeterend en uitgewuifd door de twee thuisblijvende dochters gaan we op weg. Kilometerstand (222607) en vertrektijd (01.00 uur) worden genoteerd; Aju Hollandscheveld, tot over 14 dagen !!!
We rijden nog maar net op de autoweg richting Zwolle als ik me realiseer dat ik tòch iets vergeten heb. Dat gevoel heb ik altijd als ik waar dan ook naar toe ga, maar nu is het helder en klaar: het instructieboekje van de auto ligt nog thuis! Dat is link want ik heb de auto nog maar een paar maanden. Ik weet zo-wie-zo al niks van auto's en van de Citroën BX nog minder met dat hydraulische vering gedoe enzo. Ik wil niet het risico lopen helemaal voor aap te staan bij onverhoopte pech onderweg. En de voorruit van de auto is ook hartstikke vies merken we, nu we de koplampen van tegenliggers op ons af zien komen. We besluiten nog even terug te rijden naar huis. Kost een half uurtje maar we hebben tijd genoeg want we hoeven pas om tien uur zaterdagochtend bij de Hovercraft in Calais te zijn. Thuis is alles al donker. We halen ze toch nog maar even uit hun nest, lachen wat om onze snelle terugreis, verzorgen de zaken waarvoor we terug kwamen en gaan dan definitief. "Wees voorzichtig, prettge vakantie !!!"
RUSTEN
Tegen drieën rij ik een parkeerplaats op. De gebruikelijke eerste ruzietjes tussen de twee op de achterbank zijn al weer lang achter de rug en het eerste "ongelukje" hebben we ook al gehad. Onze wereldontvanger is van bovenop de bagage onderuit gekomen toen ik net iets te stevig remde. Het redelijk grote geval schuift precies bij m'n zoontje in z'n nek. Even schrik en een paar tranen maar er is gelukkig niets aan de hand. We zetten de radio wel even op een veiliger plekje. Op de achterbank, tussen de twee in, op de plaats van de armleuning die wordt ingeklapt. Een paar kussens er tegenaan en ze hebben weer een leuning. Ook de hoofdsteunen worden op de goeie hoogte gezet. Lachen, want als ik zeg : "iets hoger", trekken ze het hele ding eruit. Als hij goed staat babbelen we wat over het nut van zo'n hoofdsteun en de juiste hoogte. Als er iets gebeurt klapt je hoofd niet helemaal achterover waardoor de kans op een "whiplash" wordt verkleind ! De uitgebreide reclamecampagne van Veilig Verkeer Nederland langs de autowegen en op televisie heeft wat ons betreft gewerkt!
Nu staan we stil. Ergens in de buurt van Arnhem. Ik wil een poosje uitrusten
want rijden in het donker is vermoeiend. Vooral de lichten van achteropkomend
verkeer storen mij. Als ze me teveel verblinden scherm ik met m'n linkerhand
de buitenspiegel een beetje af en draai m'n hoofd zo dat ik van de binnenspiegel
ook niet te veel last meer heb. Maar het blijft vermoeiend, zeker als
je een flinke werkdag achter de rug hebt. We drinken een kop thermoskankoffie
en pitten vervolgens bijna een uur ! Als we ons daarna wat hebben opgefrist
en onze weg vervolgen, horen we het radionieuws van 4 uur. Over 6 uur
moeten we in Calais zijn. Dat moet zonder al te veel gejakker lukken.
Het is rustig op de weg ondanks de melding in het nieuws dat het wel eens
druk zou kunnen worden. Ik trap het gaspedaal wat verder in, richting
120. Maar er is iets met de auto als ik tussen de 110 en de 120 rijd.
De motor hapert af en toe een beetje, alsof er ergens een kontaktje los
zit, of een vuiltje in de benzine ofzo. "Dat deed ie zondag op weg naar
Beilen -naar Oma- ook al", zegt m'n vrouw. "Verdorie, waarom heb je dat
niet gezegd, dan hadden we er van de week misschien nog wat aan kunnen
laten doen", foeter ik. "Straks staan we in Engeland en dan-...." "Maar
op de terugweg heb ik er niks meer van gemerkt", verdedigt m'n vrouw zich,
"dus heb ik er later ook niet weer aan gedacht..."
Nou ja, het is niet
anders. We moeten maar gewoon rustig blijven rijden. Als ik rond de 100
blijf is er niks aan de hand. Ik zou hier trouwens nog wat langzamer moeten
heb ik gezien. We gaan richting 's Hertogenbosch en op het wegdek heb
ik in koeieletters 80 voorbij zien komen. Maar het is praktisch stil op
deze weg, nu tegen half vijf. Van vakantiedrukte is nog weinig te merken.
SPROOKJESACHTIG
"We zitten in ieder geval op dezelfde weg als verleden jaar", merk ik
op als we een modern bouwwerk passeren. Het is een meubelshowroom of iets
dergelijks waarvan ik me de contouren nog scherp van vorig jaar herinner.
Op de achterbank is m'n zoon weer in slaap gevallen. Hij zit achter me,
een beetje schuin naar het midden tegen de "leunradio" aan. Z'n ene been
heeft hij opgetrokken op de bank. Mijn gedachten gaan onwillekeurig even
terug naar precies 12 jaar geleden, de nacht van 12 op 13 juli 1984. Toen
was ik tegen half vijf 's morgens net zo klaarwakker als nu. Een paar
uur later werd het joch geboren. Vrijdag de dertiende juli was het, in
1984. Vandaag is het zaterdag de dertiende en wordt-ie 12. Hij is jarig!
De dochter van 14 is wakker en babbelt wat met ons mee af en toe. Op haar
walkman snistert Oasis. Muziek uit de jaren negentig die bijna net zo
mooi is als "mijn" muziek uit de jaren zestig en zeventig. We naderen
verkeerslichten. Groen. "Wat lijkt dat hier sprookjesachtig met al die
lichtjes", zeg ik, als we net voorbij de verkeerslichten een groot en
feestelijk ogend gebouw met verlichte terrassen op zien doemen.....
Het zal 2 of 3 seconden daarna geweest zijn, als een enorme klap, het geluid van brekend glas en blik, van schurend en krakend metaal in één keer een einde maakt aan welke sprookjesachtige gedachte dan ook! In een flits gaat door me heen: "de motor!" Tegelijk besef ik dat niet vóór, maar àchter me iets aan de hand is... Drie seconden later staan we stil. Half in de berm van de weg en met onze neuzen in de richting van waar we net vandaan kwamen... We kijken elkaar aan, geschrokken, een beetje dizzy van de enorme klap. Wat is hier in vredesnaam aan de hand?! Een bom? Is onze auto ontploft? Zijn we ergens overheen gereden of ergens tegenaan? We hebben geen flauw idee, maar ik heb vuur gezien! In de spiegels zag ik vuur!... Waarvan en waar weet ik niet. Maar er was vuur! En ik realiseer me dat we de auto uit moeten, zo snel mogelijk!!!! De kinderen huilen.
THUIS..............
Na ons vertrek gaan de meiden thuis direct weer naar bed. Maar Esther is onrustig. Ze heeft een naar gevoel over onze reis maar kan niet verklaren waarom. Als om half vijf haar vriend Martijn thuiskomt van z'n werk in de bar schrikt ze wakker en barst in huilen uit. "Ik weet niet wat er is" snikt ze, "maar ik heb zo'n rotgevoel... Ik ben zo bang dat er iets niet goed gaat!" Martijn probeert haar te troosten maar het nare gevoel gaat niet weg. Het duurt nogal even voor ze tenslotte toch weer in slaap valt.
In Hilversum zit m'n zus 's avonds aan ons te denken. Gré heeft een onrustig gevoel. Als er maar niets gebeurt, denkt ze. "Dan zitten die twee meiden daar alleen met de ellende..." Tegelijk denkt ze dat het wat raar is dat zij zich nu zorgen maakt om ons. Alsof ze de zorg van moeder, die vorig jaar is overleden, heeft overgenomen... Ze moet zichzelf toespreken om het onrustige gevoel weg te krijgen en te kunnen slapen.
ONGELUK
We moeten zo snel mogelijk de auto uit! Maar mijn portier zit klem... Mijn vrouw kijkt me doodsbleek aan. "Verdomme, wat is dit nou?!", vloek ik... "Hoe moet dat nou met onze vakantie?", snikt Marijke... Fake huilt omdat z'n been klem tussen de banken zit... Ik probeer ze te kalmeren: "Rustig maar, maak je maar geen zorgen, het valt wel mee en het komt allemaal goed...." We hebben nog steeds geen flauw idee van wat er is gebeurd maar constateren na een paar seconden dat de achterkant van onze auto van binnen uit gezien vrijwel helemaal verdwenen is. De voorbanken liggen bijna plat achterover. Er staat opeens iemand naast mijn raam... "Gaat het, gaat het...", roept hij en even later zie ik hem verdwaasd heen en weer rennen. Z'n hoofd, armen en T-shirt zitten onder het bloed... Mijn vrouw duwt haar portier open, stapt uit en roept dan: " Daar ligt nog een auto... Op z'n kop! " Ik geef een forse trap tegen mijn portier dat dan wel open gaat en we helpen de kinderen vanaf de achterbank uit ons "wrak"... En dan ontwaar ik in het schemerduister de enorme ravage om ons heen. Er is misschien een halve minuut voorbij gegaan na de klap... Onze auto staat schuin in de berm, achterstevoren. Het linkerachterwiel is verdwenen, dat zit verwrongen midden onder de achterbank, zie ik even later. De achterklep is een verfomfaaid stuk blik dat niet meer herkenbaar is... We zijn in het rond gedraaid en tot stilstand gekomen op nauwelijks 2 meter van een behoorlijke boom! Even verderop, net voorbij de eik ligt een grote donkere wagen op z'n kop-... Ik zie auto's stoppen. En in het licht van de lantaarns en misschien de koplampen van het stilstaande verkeer zie ik Marijkes dagboekje midden op de rijbaan liggen. De bladzijden waaien omhoog. Ik loop er snel heen want dat vind ik een beetje heel erg jammer... Pas als ik het boekje heb gepakt en om me heen kijk zie ik dat zo ongeveer àl onze spulletjes op de autoweg en in de berm liggen: koffers, tassen, jassen, schoenen, etenswaren, blikjes, snoep, boeken, CD's, cassettes, en wat niet meer. De ravage is vreselijk....
GELUK!
Er zijn een paar minuten voorbij gegaan ondertussen. Het is vooral de
enorme klap die zich dan, en in de uren en dagen daarna ontelbare keren
in mijn hoofd herhaalt. Een niet te beschrijven mix van abnormale geluiden...
Scherp van krassend en brekend glas en metaal, van schurend en scheurend
blik over de straat; Zwaar en diep door de 2 grote logge auto's die met
een enorme dreun op elkaar knallen... Of, zoals later duidelijk wordt,
de enorme dreun waarmee de ene auto zich in de andere boorde ! De volgorde
waarin de dingen zich afspelen kan ik me later op de dag en de week erna
nauwelijks meer voor de geest halen. In de seconden en minuten na de klap
gebeurt er van alles tegelijk en in een niet te vatten tempo. Ik zie meer
auto's stoppen, er komen mensen naar ons toe uit het gebouw met de sprookjesachtige
verlichting dat hotel Nuland blijkt te zijn... Ik sta voor de auto en
zie opeens dat de lichten nog branden. Ik doe ze uit. Even later hoor
ik dat ook de motor nog loopt! Bijna geruisloos in de hectische omgeving.
Ik zet de wagen uit. Dan zie ik zwaailichten aankomen, politie... brandweer,
ambulance... Iemand vraagt of alles goed met ons gaat... Nee, iedereen
vraagt of alles goed met ons gaat. Alles gaat goed met ons. Nou ja, alles...
We staan bij te komen van de gigantische klap, van de eerste schrik. Schrik
die zich eigenlijk pas manifesteert als we weer een beetje bij zijn gekomen.
De blauwe plekken, zere ruggen en nekken zullen zich in de dagen erna
pas openbaren. Maar nu gaat bijna alles goed met ons. Geen bloed, geen
ècht letsel gelukkig!!! Ik kijk op m'n horloge en zie 4.44. Ik doe m'n
verhaal aan de politie, aan hulpverleners, aan iedereen die het horen
wil. Eén keer, 3 keer 14 keer.... Ik houd de eerste auto aan die via het
fietspad met z'n caravan verder wil. De chauffeur geeft naam en adres
en wil wel getuigen dat de auto die ons van de weg ramde, hem even eerder
met een enorme snelheid was gepasseerd... Want wat er precies gebeurd
moet zijn, is mij nu ook duidelijk. De op de kop liggende auto is met
de snelheid van een klein vliegtuig achter op ons geknald. Later hoor
ik van een politieman dat het snelheidsverschil minstens 60 kilometer
per uur moet zijn geweest, maar dat kan ook 100 zijn... Ik reed rond de
100! Mijn gevoel zegt me dat de andere auto minstens 200 reed. We werden
gewoon gelanceerd!!! Misschien heeft de chauffeur bij de verkeerslichten
het gaspedaal nog wat verder ingetrapt... Misschien stond de grote geluidsinstallatie
(zo-een waar je een gemiddelde feesttent mee kan bespelen!); misschien
stond die geluidsinstallatie in de kofferruimte wel zo hard dat horen
en zien de 'piloten' letterlijk en figuurlijk verging...
Ik zie een man op het fietspad naast onze auto staan. Hij kijkt, zegt
niks. Ik praat tegen hem. Vertel hem wat er is gebeurd. De man zegt niets
terug, kijkt alleen maar en staat daar maar. Na een kwartier (kan ook
3 minuten geweest zijn.-..) kijkt hij mij aan, schudt z'n hoofd en zegt
dan met een prachtige zachte G: " Mijn god, wat hebben jullie geluk gehad...
wat hebben jullie geluk gehad!..."
We hebben geluk gehad! Een beschermengel hebben we gehad. "Het was oma", zeggen we later in de hotelkamer tegen elkaar. Oma -mijn moeder- die ons verleden jaar in onze vakantie zomaar helemaal in de steek liet waardoor we eerder naar huis moesten om haar begrafenis te kunnen meemaken... Oma was onze beschermengel!... Of was het toch gewoon dom geluk? Hoe het ook zij, het is niet gering wat er gebeurde. Rond half 5 in de vroege morgen van zaterdag 13 juli boort een Mercedes 190 D Turbo zich met een enorme klap in de linkerachterkant van onze Citroën BX TRS (station-car). Wij krijgen een vreselijke zwieper, de achterkant van onze auto is aan gort, onze vakantiebagage wordt over weg en berm geslingerd... De auto schiet de berm in, trekt een spoor door het gras rakelings achter een lantaarnpaal langs, draait in het rond en komt achterstevoren tot stilstand, half in de berm en vlak voor een flinke eikenboom. De Mercedes slaat na de botsing over de kop, schuift ons voorbij, raakt de boom wel en blijft een paar meter verder op de kop en ook achterstevoren liggen... Het vuur dat ik direct na de klap heb gezien moet van de op de kop doorschuivende wagen zijn geweest... Politie, brandweer en ambulance zijn zeer snel ter plaatse. Het verkeer wordt stilgezet en langs de ongeluksplek geleid. Overal zie ik blauwe zwaailichten... Midden in die chaos verschijnen mensen met een camera en een microfoon. Van RTL-5 hoor ik. Voor het programma 06-11-weekend. Ik zie ze lopen, filmen... In ons zijn ze niet echt geïnteresseerd. Bij ons is geen bloed. Alleen ongeloof, schrik, blauwe plekken, de bagage een ravage en een totaal vernielde auto...
's Maandagsavonds 15 juli ziet heel Nederland -en dus ook de later op de ochtend gewaarschuwde familie- ons ongeluk op de buis!
Er is ondertussen een klein legertje helpers en nieuwsgierigen ter
plaatse. Een meisje komt naar ons toe, vraagt of het goed met ons gaat
en praat met de kinderen. Ze werkt bij Hotel Nuland en heet Tabitha Eijkman.
Zij zorgt er even later ook voor dat de kinderen in het hotel worden opgevangen.
We graaien onze spullen bij elkaar, geholpen door wildvreemde mensen die
uit auto's stappen omdat ze voor de ravage moeten stoppen. Koffers en
tassen worden uit de -gelukkig droge- sloot gehaald. Marijke komt met
m'n fotocamera aanzetten. Tas en lenzen zijn verdwenen, het filmpje (met
minstens 20 dia's van vóór de vakantie) hangt uit het vernielde overblijfsel.
Het doet me even niets... Pas dan wordt ons ook duidelijk dat onder de
andere auto nog iemand ligt die er niet al te best aan toe lijkt te zijn.
In die minuten na het ongeluk denk ik het niet alleen, maar zeg ik het
ook hardop: ik heb geen medelijden! Voor mijn part mag hij creperen onder
z'n eigen auto! Hij was het immers die deze ellende veroorzaakte... Gelukkig
denken de hulpverleners daar anders over en stellen alles in het werk
om de beknelde man gerust te stellen en te helpen. Dokter, politie, brandweer
en ambulance richten hun aandacht terecht op hem! Ik hoor even later wel
geruchten van drankgebruik en XTC-pillen. Wat er van waar is weet ik dan
nog niet... Als de politie onze verklaringen heeft opgenomen en wij alleen
nog maar in de weg lopen, vertrekken we met de laatste spullen naar Hotel
Nuland. De vriendelijke medewerkers van het hotel helpen ons op alle mogelijke
manieren. Sommigen zijn al uren in touw, maar we hoeven nog geen tas zelf
te dragen! We kunnen in het hotel blijven, er wordt een kamer voor ons
in orde gemaakt. De opvang is werkelijk fantastisch!

Ik
bel verzekeringen over het wegslepen van het wrak en voor een vervangende
auto. We hebben een goeie reisverzekering en het nut daarvan wordt nu
wel heel erg duidelijk bewezen! En behalve dat we geen van vieren echt
gewond zijn hebben we ook nog de mazzel dat we zo ongeveer op de stoep
van een hotel zijn gecrasht!!! Daar, in het hotel, praten we rond een
uur of half zeven nog wat na. De weg is weer schoon, de wrakken zijn weggesleept,
het verkeer raast al weer door alsof er niets is gebeurd. Ik drink een
flinke borrel, daar ben ik aan toe, ook al is het half zeven in de morgen!
Als we uiteindelijk in onze kamer zitten haal ik de videocamera tevoorschijn.
Wonder boven wonder mankeert die helemaal niets. In vorige jaren filmden
we altijd ons vertrek en stukjes van de reis. Nu was het donker toen we
vertrokken, zat er geen filmpje in en moest de batterij er nog aan. De
tas met de videocamera stond op de grond achter de voorstoelen. Veilig,
net als de tas met reispapieren. Slapen doe ik niet meer. De anderen dommelen
nog wel even. Of je het echt slapen kan noemen betwijfel ik. Tegen een
uur of acht bel ik naar huis en breng ze daar voorzichtig op de hoogte
van ons niet zo fraaie begin van de vakantie. Schrik, maar vooral blijdschap
dat we alle vier niets mankeren. Om half negen bel ik naar m'n zus in
Hilversum. Ze schrikt want verwacht om deze tijd geen telefoontje. Ze
vertelt me van haar ongerustheid gisteravond... Later op de morgen komt
ze naar ons toe. Hilversum - Nuland is niet zo'n gek eind van elkaar.
Om een uur of elf lopen Marijke en ik met de camera nog even naar de plek
des onheils. We zien de plaats op de weg waar de Mercedes op ons is geknald.
Vanaf
dat punt loopt een spoor de berm in, gaat rakelings achter een
lantaarnpaal langs, waarna de auto zo ongeveer om z'n eigen as (het
verwrongen linkerachterwiel) moet zijn gedraaid en vlak bij de boom stil
is blijven staan.
Nu zien we pas echt goed dat we op het nippertje aan een echte ramp zijn
ontsnapt. Als de klap drie meter verderop was gekomen -een fractie van
een seconde later- hadden we vast aan de boom gezeten! Ik krijg het plotseling
koud als ik daar sta..
.

Onder de vangrail op de middenberm ligt triestig -naast een stuk van een van de auto's- een wit tennispluimpje. Ons tennispluimpje...
Tegen de boom
staat het hectometerpaaltje. Ik herinner me dat ik er bovenop stapte toen
ik na het ongeluk uitstapte. Ik zie nu ook de cijfers die erop staan:
10.2. 10.2... Mijn geboortedatum, 44 jaar geleden!
's Middags gaan we nog een keer met z'n allen kijken. M'n vrouw vindt
een kapotte zoomlens van de fotocamera terug in het bermgras en we nemen
nog wat stukjes en brokjes van de auto mee als een soort lugubere herinnering.
Als we terug zijn wordt er een auto gebracht. De reisverzekering verzorgt
het verzetten van onze tickets voor de Hovercraft en het vakantiecentrum
wordt ingelicht dat we een dag later zullen arriveren. We hebben besloten
zondag verder te reizen. Terug gaan naar huis zou pas echt ongelukkig
zijn. Zeker voor m'n vrouw en de kinderen die lang naar de jaarlijkse
twee weekjes ontspanning uitkijken. Met de verfomfaaide spullen redden
we ons wel even. We rijden zaterdagmiddag in onze "nieuwe" auto ook nog
even naar Den Bosch naar het bergingsbedrijf waar de autowrakken staan.
Onze BX ziet er in die garage nog onheilspellender uit dan 's morgens
in het halfdonker op de ongeluksplek.

Het ziet er echt angstaanjagend uit en we beseffen opnieuw aan wat voor
ramp we zijn ontsnapt na 204 km. vakantiereis... De teller stond op
222811 ! Van de berger horen we dat het met de verwondingen van de twee
jongens in de Mercedes ook nog meevalt. "Toen ik die jongen daar onder
die auto zag liggen, gaf ik hem geen vijf minuten meer", vertelt de
chauffeur van de sleepwagen. "Die knaap heeft ook ontzettend veel geluk
gehad!
Op zondagmorgen -14 juli- nemen we afscheid van Nuland. De reis verloopt
zonder tegenslag. De hovercraft is wat lawaaiig maar dat is ook alles.
Die avond stappen we ons vakantieverblijf in Pagham (Great Brittain) binnen.
Als we de sleutel van ons onderkomen en het kaartje van het park in de
auto bekijken ontdekken we weer een toevalligheid. We hebben nummer 56.
Op een park waar een paar honderd caravans en huisjes staan treffen wij
nummer 56. Het getal 56, beter gezegd het jaartal 56 is in mijn familie
een jaartal dat niemand ooit zal vergeten. In dat jaar, 1956, overleed
m'n vader, 39 jaar oud... En hoe het allemaal kan is ons ook een raadsel,
maar we hebben wat "caravan" betreft ook al geluk. Wij zitten
in een echt huisje op het "caravan-park". Een houten huis, een soort chalet,
tussen alleen maar 'plastic' stacaravans
.
Het is bijna niet meer te geloven. En als we binnen staan met z'n vieren
is er meteen iets vertrouwds. Het duurt niet lang tot we zien wat dat
is. De vloerbedekking! Op de vloer van de woonkamer ligt exact dezelfde
vloerbedekking als waar mijn moeder -oma, onze "beschermengel"- een aantal
jaren op woonde in een tijd waar we hele mooie herinneringen aan hebben.
Kleur en dessin zijn echt precies gelijk! Het zijn ervaringen en indrukken
die nauwelijks te geloven zijn...
We genieten een dag of 12 van Engeland, van het weer in Engeland en zelfs van het verkeer in Engeland. Want als er al 'gentlemen' in het verkeer zijn, dan zijn het zeker de Engelsen die wij tegenkomen. Het is een feest te rijden op de Engelse wegen, het is fantastisch te ervaren dat met gewoon wat geduld en toegeeflijkheid, elkaar ruimte geven en voorrang het rijden een stuk ontspannener wordt. Dat zorgt er mede voor dat wij geen trauma overhouden van onze crash! De ontzettende gestresste weggebruikers in Nederland zouden stuk voor stuk eens een lesje Engelse verkeersmentaliteit moeten nemen.
Op zaterdagavond 27 juli zijn we weer thuis. In de krant van die dag -de eerste Nederlandse krant die ik sinds 12 juli onder ogen krijg- valt m'n oog onmiddellijk op een bericht over een ernstig auto-ongeluk waarbij een bejaard echtpaar uit de buurt om het leven is gekomen... Afschuwelijk! 's Zondagsmiddags krijg ik het ijskoud als achter elkaar politieauto's, brandweer en ambulances met loeiende sirenes voor ons huis langs vliegen... De volgende dag hoor ik dat een dorpsgenoot, een jongen van 17, dodelijk is verongelukt! Verschrikkelijk!!! En dan zeur ik over ons ongelukje...
Het is vrijdag 2 augustus 1996. Ik heb het verhaal van ons "ongeluk"
in de voorbije weken al vele malen verteld. En ik heb het opgeschreven.
Een poging ervaringen en gevoelens te verwoorden. Verwerken zou je misschien
ook kunnen zeggen. Want daar lijkt het wel een beetje op, geloof ik.
Die
vrijdagmiddag wordt er een prachtig bloemstuk bij ons thuis bezorgd. Van
wie ? "Mijn excuses voor de aanrijding" lees ik op het kaartje. En dan
de naam van de jongen die -daar ben ik van overtuigd- vast niet van plan
was om in de nacht van 12 op 13 juli 1996 zichzelf, z'n vriend en ons
gezin te vermoorden !!! Het mooie bloemstuk stemt ons mild...
"ONGELUK", een: "leed, letsel of nadeel brengende toestand of gebeurtenis". "Pech, tegenspoed..." zegt m'n woordenboek. Klopt helemaal. Wij kregen van alles een beetje op die vroege zaterdagmorgen in juli 1996… Maar alle ellende die we ondervonden weegt niet op tegen dat fantastische geluksgevoel dat we eraan overhielden! Want wat we vooral hebben gehad is GELUK! Ongelofelijk veel GELUK! En daardoor kàn ik het niet alleen navertellen maar doe ik dat ook nog... Misschien dat het sommige mensen aan het denken zet over hun rijgedrag!
Bertus ten Caat.

